Huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement

Huishoudelijk reglement
(onder voorbehoud)


DE LUCHTVAART ONDERLINGE W.A.
gevestigd te HENGELO
REGLEMENT(V. 14/02/98).
(Houdende Algemene Voorwaarden van verzekering als bedoeld in artikel 25 der Statuten).

DEFINITIES.
ARTIKEL EEN.
In deze verzekeringsvoorwaarden wordt verstaan onder:
1. het fonds - De Luchtvaart Onderlinge W.A., gevestigd te Hengelo (Overijssel);
2. verzekeringnemer - degene, die een verzekeringsovereenkomst met het Fonds heeft gesloten;
3. polisblad - de akte van deelname bedoeld in artikel 5 der Statuten;
4. luchtvaartuig - het in het van kracht zijnde polisblad omschreven luchtvaartuig;
5. bestuurder(ster) - degene, die het luchtvaartuig metterdaad bestuurt;
6. gebeurtenis - een voorval of een reeks met elkaar verband houdende voorvallen, voortvloeiende uit eenzelfde schade-oorzaak.

OMSCHRIJVING VAN HET RISICO.
ARTIKEL TWEE.
Binnen de grenzen van de in het van kracht zijnde polisblad vermelde omschrijvingen, en op de blijkens dit blad van toepassing zijnde verzekeringsvoorwaarden, verzekert het Fonds op grondslag van de gegevens, verstrekt in de bij haar ingediende aanvrage, de verzekeringnemer tegen schade, bestaande uit beschadiging of vernietiging van het casco van het luchtvaartuig:
a. ontstaan tijdens de vlucht, aanvangende vanaf het moment dat het luchtvaartuig zich in beweging zet om op te stijgen tot op het moment waarop het luchtvaartuig weer tot stilstand komt na de landing;
b. ontstaan terwijl het luchtvaartuig zich op het vliegveld of in de stalling bevindt;
c. ontstaan terwijl het luchtvaartuig over de weg vervoerd wordt en
ontstaan binnen de geografische grenzen van Europa.
P.M. vluchten van en naar Engeland en in de Oost-Europese staten worden niet uitgezonderd.
De verzekering wordt voor het onder de punten a, b en c omschreven risico gesloten met een eigen risico zoals genoemd in artikel 6 van het reglement.

ARTIKEL TWEE A.
Het Fonds draagt als tussenpersoon zorg voor de dekking van het brand- en stormschaderisico van de bij het Fonds verzekerde luchtvaartuigen vanaf het moment van stilstand na de landing tot het in beweging zetten om de vlucht aan te vangen. Op deze dekking zijn de verzekeringsvoorwaarden van toepassing, waaronder het Fonds dit risico heeft ondergebracht bij een andere verzekerings-maatschappij.

VERZEKERINGSDUUR.

ARTIKEL DRIE.
De verzekering is aangegaan voor de in het van kracht zijnde polisblad vermelde periode, bestaande uit een kalenderjaar of een - op een en dertig december eindigend - deel daarvan. Het Bestuur van het Fonds is te allen tijde bevoegd om , zonder opgaaf van redenen, verlenging ener verzekering te weigeren, mits vóór een december van de lopend e periode aan de verzekeringnemer schriftelijk is medegedeeld dat het Bestuur van die bevoegdheid gebruik maakt.
De verzekering eindigt:
a. door opzegging door de verzekeringnemer tegen het einde van een lopend kalenderjaar, mits opzegging geschiedt per aangetekende brief aan het Fonds, en een termijn van tenminste drie maanden in acht wordt genomen;
b. in alle gevallen waarin, op grond van het bepaalde in artikel 8 der statuten, het lidmaatschap eindigt, met dien verstande dat, - in geval van overlijden van een lid, de verzekering eerst eindigt nadat, na het verstrijken van de dag van overlijden, vier en twintig achtereenvolgende uren zijn verlopen, tenzij het Bestuur tot een langere termijn van voortduring der verzekering mocht besluiten of mocht hebben besloten, in welk geval de verzekering eerst eindigt op het tijdstip van expiratie dier langere termijn.
c. zodra het luchtvaartuig geen Bewijs van Inschrijving, als omschreven in de luchtvaartwet, meer bezit;
d. zodra de verzekeringnemer ophoudt belang te hebben bij het luchtvaartuig en tevens de feitelijke macht erover verliest; hij is verplicht het Fonds hiervan kennis te geven;
e. indien de verzekeringnemer de aanpassing van de verzekering aan de nieuwe tarieven en/of voorwaarden als bedoeld in artikel 5 weigert, in welk geval de verzekering eindigt op de eerstvolgende premievervaldatum.

PREMIEBETALING.
ARTIKEL VIER.
De verzekeringnemer is verplicht de inleg- ofwel (voorschot-) premie aan het Fonds vooruit te betalen. Bij gebreke van betaling binnen dertig dagen nadat de premie en de kosten verschuldigd worden, of bij weigering tot betaling, is het Fonds niet meer tot schadevergoeding verplicht; de verzekeringnemer blijft niettemin gehouden tot betaling van de premie en de kosten. De dekking is in dit geval eerst weer van kracht na ontvangst door het Fonds van de premie en de kosten.
De verzekering treedt in werking op het tijdstip van betaling van de eerste premie en kosten, zoals in het polisblad omschreven, tenzij door het Fonds voordien voorlopige dekking is verleend.
Het Fonds verleent geen premierestitutie.

AANPASSING VAN PREMIES EN VOORWAARDEN.
ARTIKEL VIJF.
Indien het Fonds haar tarieven en/of voorwaarden voor verzekeringen herziet, aldus bekend maakt en toepast, is zij gerechtigd een aanpassing van deze verzekering te vorderen aan die nieuwe tarieven en/of voorwaarden. Het Fonds zal, indien zij van dit recht gebruik wenst te maken, hiervan tenminste twee maanden voor de premievervaldatum mededeling doen aan de verzekeringnemer. Heeft deze niet binnen een maand na ontvangst van bedoelde mededeling zijn lidmaatschap opgezegd, dan wordt hij geacht daarmee in te stemmen.

OMVANG VAN DE SCHADEVERGOEDING.
ARTIKEL ZES.
Het Fonds vergoedt bij beschadiging van het luchtvaartuig de noodzakelijke reparatiekosten tot maximaal het bedrag van de verzekerde waarde, met inachtname van een eigen risico van eenduizend eenhonderd vierendertig Euro (€ 1.134,00) per gebeurtenis, met een aanvullend eigen risico van vierhonderd vierenvijftig euro (€ 454,00) voor motorzweefvliegtuigen die onder die voorwaarde door het bestuur geaccepteerd zijn. De verzekerde waarde van luchtvaartuigen is gelijk aan de taxatiewaarde per een januari van het lopende boekjaar. De taxatiewaarde per een januari wordt jaarlijks voor een februari vastgesteld door een door het Bestuur aan te wijzen deskundige.
Nadat deze taxatiewaarde door het Bestuur is aanvaard, wordt hij vóór een maart bekend gesteld aan de betrokken verzekeringnemer.
De verzekeringnemer kan binnen vijftien dagen nadat de taxatiewaarde hem bekend is gesteld, een met redenen omkleed verzoek tot hertaxatie indienen. Is deze periode verstreken zonder dat een hertaxatie is aangevraagd, dan wordt de verzekerde waarde vastgesteld op het eerder bepaalde bedrag. Hangende een eventueel aangevraagde hertaxatie geldt eveneens het eerder bepaalde bedrag.
In geval van een zodanige schade dat DLO de verzekerde waarde minus het eigen risico zal uitkeren kan DLO aanspraak maken op het eigendom van het wrak. In dat geval is de verzekeringnemer ten behoeve van DLO gehouden het wrak maximaal twee maanden om niet in conserverende opslag te houden.

UITSLUITINGEN.
ARTIKEL ZEVEN.
Het Fonds is niet tot vergoeding van schade gehouden indien:
a. het luchtvaartuig door een burgerlijke of militaire macht in beslag is genomen of gevorderd;
b. het luchtvaartuig werd gebruikt opzettelijk in strijd met de bepalingen en voorschriften van de Nederlandse Luchtvaartwet waarbij sprake moet zijn van ernstige overtredingen;
c. de bestuurder(ster) ten tijde van de gebeurtenis onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank of enig opwekkend of bedwelmend middel verkeerde dat hij/zij geacht moet worden niet in staat te zijn een luchtvaartuig te besturen, dan wel hem/haar het gebruik van het luchtvaartuig door de wet of de overheid is verboden;
d. een in de Statuten en/of voorwaarden opgelegde of daaruit voortvloeiende verplichting door een verzekeringnemer niet is nagekomen;
e. de schade opzettelijk, met voorwaardelijk opzet of met goedvinden van de verzekeringnemer veroorzaakt is;
f. de schade veroorzaakt is door-, is opgetreden bij-, of is voortgevloeid uit atoomreactie onverschillig hoe en waar die reactie is ontstaan;
g. de schade is veroorzaakt als gevolg van oorlog, oorlogsgeweld, vijandelijke inval, gewapende internationale aktie, burgeroorlog, daden bij een juiste of onjuiste invoering van een last van een militaire macht, dan wel krachtens een vordering vastgesteld door laatstbedoelde macht;
h. de schade veroorzaakt door brand anders dan tijdens de vlucht (N.B. zie ook het bepaalde in artikel 2a);
i. de schade veroorzaakt door stormschade of storm, anders dan tijdens de vlucht (N.B. zie ook het bepaalde in artikel 2a);
Echter mochten de onder b. en c. genoemde uitsluitingen naar het oordeel van het Bestuur tot grote onbillijkheden leiden, dan kan dit bestuur besluiten om alsnog tot schade-uitkering over te gaan.

INLEG EN JAARLIJKSE BIJDRAGE.
ARTIKEL ACHT.
De voorschotpremie wordt afhankelijk van de financiële situatie van het Fonds jaarlijks door het Bestuur vastgesteld tussen 4 en 15 % van de verzekerde waarde van het luchtvaartuig. De verzekerde waarde wordt bepaald als omschreven in artikel 6.
Aan het eind van het boekjaar wordt vastgesteld wat elke individuele verzekerde als eindpremie dient bij te dragen.
De bijdrage bestaat uit de volgende factoren:
a. de administratiekosten, waaruit het Bestuur het beheer dient te bekostigen;
b. de som van het definitieve premie-percentage en het zogenoemde bonus- dan wel malus-percentage. Dit laatste percentage is gerelateerd aan het schadeverleden van de individuele verzekerde over een periode van 10 jaar, voorafgaande aan het verzekeringsjaar. De berekening van het bonus/maluspercentage geschiedt als omschreven in bijlage 1 bij dit reglement.
De bijdrage wordt verminderd met de aan de verzekeringnemer aangerekende voorschotpremie. Het verschil wordt gerestitueerd dan wel verrekend met de voorschotpremie van het lopende jaar.
Het bonus- dan wel maluspercentage, genoemd onder b, is aan een maximum gebonden. Jaarlijks wordt dit maximum op voorstel van het Bestuur door de Algemene Ledenvergadering vastgesteld.

Bij de aanvraag van een aspirant-lid tot het aangaan van een verzekeringsovereenkomst stelt het Bestuur van het Fonds het toe te passen bonus- dan wel malus-percentage vast. Het Bestuur houdt daarbij rekening met alle relevante informatie.

RESERVE-FONDS.
ARTIKEL NEGEN.
Het Fonds zal streven naar een reserve-kapitaal van tenminste tweeduizend tweehonder negenenzestig Euro (€ 2.269,00) en ten hoogste een bedrag gelijk aan VIJF PROCENT (5%) van de waarde van het in het laatst afgelopen boekjaar verzekerde bedrag.

SUBROGATIE.
ARTIKEL TIEN.
Het Fonds dat de schade van zijn verzekeringnemer heeft betaald, treedt in alle rechten die de verzekeringnemer ter zake van die schade tegen derden mocht hebben.

VERPLICHTINGEN BIJ SCHADE.
ARTIKEL ELF.
Een verzekeringnemer is verplicht kennis te geven van iedere gebeurtenis waaruit voor het Fonds een verplichting tot schadevergoeding zou kunnen ontstaan, en wel:
a. zo spoedig mogelijk telefonisch aan de schadecommissaris of een van de andere bestuursleden;
b. door toezending van het volledig ingevulde schade-formulier binnen acht maal vier en twintig uur aan de administratie va het Fonds.
Kennisgevingen aan het Fonds worden geacht niet te zijn gedaan als zij niet middels het schade-aangifte-formulier schriftelijk zijn geschied.
Kennisgevingen door het Fonds geschieden geldig aan het laatst aan het Fonds bekende adres van de verzekeringnemer.
Een verzekeringnemer is verplicht een schade te laten taxeren op een door het Fonds aangewezen plaats bij een door het Fonds aangewezen instantie/persoon, voordat met herstel wordt begonnen. De kosten van taxatie zijn voor rekening van het Fonds. Het schadecijfer van de deskundige vormt de grondslag voor de schadevergoeding. In geval van geschil dienaangaande tussen het Fonds en de verzekeringnemer, is artikel 28 der Statuten van toepassing.

RAAD VAN TOEZICHT.
ARTIKEL TWAALF.
Het Fonds onderwerpt zich aan de uitspraken van de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf.



Bijlage 1, artikel 8 reglement: Berekening Bonus-Malus percentage.

Een DLO lid betaalt aan het begin van een verzekeringsjaar de voorschotpremie voor dat jaar. Dit relatief hoge percentage is voor iedereen gelijk. Na afloop van het verzekeringsjaar is het schadeverloop bekend en vindt de eindafrekening plaats.
De premie die uiteindelijk in rekening wordt gebracht is de eindpremie. Het verschil tussen de betaalde voorschotpremie en de verschuldigde eindpremie wordt gerestitueerd of verrekend met de voorschotpremie van het lopende jaar.

Het eindpremie-percentage is de som van de twee komponenten: het definitieve premiepercentage en het Bonus-Malus percentage.
Het definitieve premiepercentage is voor ieder lid gelijk en wordt na afloop van het verzekeringsjaar vastgesteld, afhankelijk van het schadeverloop in dat jaar.
Het Bonus-Malus percentage wordt per lid berekend, en is afhankelijk van het schadeverleden in de 10 jaar voorafgaand aan het verzekeringsjaar.

Voor de berekening van het Bonus-Malus percentage van een lid gelden onderstaande formules:

BM percentage = Faktor*ROI (Risico Ordenings Index)

ROI = Totaal aantal polisjaren * (SDPLID-SDPDLO)

SDPLID is het schadedekkend premiepercentage over de voorgaande 10 jaar:
SDPLID = 100 * Totale uitkering lid / Totaal verzekerde waarde lid
SDPDLO is het schadedekkend premiepercentage van alle DLO leden over de voorgaande 10 jaar.

Het totaal aantal polisjaren is de som van het aantal polissen over de voorgaande 10 jaar.
Voor het totaal aantal polissen in een bepaald jaar is het aantal verzekerde vliegtuigen op 31 december van dat jaar als uitgangspunt genomen. Bij de berekening van de totale verzekerde waarde wordt een vliegtuig dat slechts een deel van het jaar verzekerd is geweest, ook maar voor een deel meegerekend.

De voor ieder lid gelijke faktor, waarmee de ROI wrdt omgerekend naar het Bonus-Malus percentage, wordt jaarlijks vastgesteld, zodanig dat het BM percentage niet meer bedraagt dan |SDPLID-SDPDLO|. Dit hoeft niet te gelden voor een nieuw lid in het jaar van toetreding.

Het Bonus-Malus percentage wordt nooit groter dan een jaarlijs vast te stellen maximum, ook indien de ROI van een lid tot een hoger malus percentage aanleiding geeft.

Voor het eindpremie percentage, de som van het definitieve premie percentage en het Bonus-Malus percentage, stelt het Bestuur jaarlijks een minimum vast.

Nieuwe DLO leden en leden die minder dan 10 jaar lid zijn geweest zullen door het DLO Bestuur ingeschaald worden, rekening houdend met hun schadeverleden.